Het Centrum voor Artistiek Talent (CAT) is ontstaan uit de K.V.B.K.B. ofte de Koninklijke Vereniging van Beroepskunstenaars van België dat  werd opgestart in 1931 ter voorbereiding van de wereldtentoonstelling van 1935 te Brussel. Verboden door de Duitse bezetter in de jaren 40 werd zij uiteindelijk in 1981 vereerd met de Koninklijke titel. De vereniging telde meer dan 1000 leden waaronder grote namen als James Ensor, Constant Permeke, Baron Franz Courtens, Jan Burssens, Isidoor Opsomer, Albert Claeys, Evarist De Buck en vele andere? Zij was de voorloper van wat einde 2011 het Centrum voor Artistiek Talent werd en in Gent zijn thuishaven kreeg.

 
Bij het doornemen van onze inschrijvingsregisters kan worden bevestigd dat de vereniging werkelijk kan bogen op een zeer rijk en flamboyant verleden. Actieve getuigen gaan van de meest bekende tot de meest bescheiden kunstenaar, van schilder tot architect, van beeldhouwer tot musicus en van schrijver tot cineast.

De veteranen zullen bij het overlopen van de ledenlijst met ongeveer 2500 kunstenaars zeker een heleboel herinneringen voelen opwellen en voor de nieuwe leden zal dat een verbazingwekkende ontdekking betekenen. Intussen gingen musici, podiumkunstenaars, architecten en persfotografen hun eigen weg waardoor de beeldende kunstenaar, nu meer dan ooit, nood heeft aan een beschermend dak.

In 2006 vierde de vereniging haar 75 jarig bestaan. Ondanks haar rijke geschiedenis heeft de Koninklijke Vereniging zich voorgenomen om het beeld van een rustige oude dag energiek af te wijzen en eerder een actieve en doeltreffende vereniging te worden voor beeldende kunstenaars. Dat was de motivatie tot een “klantgerichte” revolutie die het startschot moest geven tot een nieuw elan en toekomstgerichte visie.

Zeker kunstenaars zijn er zich terdege van bewust dat je in 2002 geen beleid kan voeren op basis van normen die dateren uit 1931. Vandaar dat de Algemene Vergadering van 7 oktober 2001 als nieuwe voorzitter de energieke Paul Carlier wist aan te trekken die zich op zijn beurt omringende met enkele bekwame jonge deskundigen die op communicatief en evenementieel vlak hun strepen reeds verdienden. Carlier was van mening dat in dit digitale tijdperk de juiste kaarten dienen te worden getrokken.

Hij liet dan ook de volgende beleidsoptie stemmen:

“Een commissie zal worden samengesteld met duidelijke opdracht om binnen het jaar in Vlaanderen en Wallonië afdelingen op te richten met eigen rechtspersoonlijkheid alsook de nodige juridische aanpassingen en de huidige statuten uit te werken. Vervolgens zal een buitengewone algemene vergadering de werkzaamheden van de commissie bekrachtigen. Deze commissie mag eventueel externe deskundigen aantrekken”.

De Algemene Vergadering koos dus resoluut voor vernieuwing en dus reorganisatie. Een duidelijk keerpunt in de geschiedenis van deze Koninklijke Vereniging. De wil is dus duidelijk aanwezig, aan de weg moet nog worden gewerkt.

 

Ondanks een positieve heropstanding werd om reden van wangedrag door een bestuurder en de politieke remmingen voor een nationale vereniging, einde 2011 besloten om de vereniging te vereffenen en de activa over te dragen aan een Vlaamse vereniging dat tot Centrum voor Artistiek vzw werd gedoopt.